Dè Top Fokker van Nederland
/

www.kunekunevarkens.nl

 

Welkom op de website van het KuneKune varken.

 

 Kunekune varkens zijn van een klein ras dat uit Nieuw-Zeeland komt.

Hun naam wordt in het Nederlands uitgesproken als “koenie koenie” en staat voor “vet en rond” in de taal van de Maori’s.
 Wij fokken strikt volgens de richtlijnen van Kune kune vereniging Nederland.

Onze doelstelling: een raszuiver en gezonde KuneKune garanderen met een laag inteeltpercentage en alle bijzondere raskenmerken, waaronder het zeer lieve en sociale karakter.


Geschiedenis


Kunekune varkens zijn van een klein ras dat uit Nieuw-Zeeland komt. Hun naam wordt in het Nederlands uitgesproken als “koenie koenie” en staat voor “vet en rond” in de taal van de Maori’s.

Er zijn verschillende theorieën over hun afkomst.

Geen van deze theorieën is nog bewezen, maar voor sommigen is wel meer bewijs dan voor anderen. Momenteel wordt er DNA-onderzoek gedaan onder Kunekunes, om eens en voor altijd te kunnen achterhalen waar deze prachtige dieren vandaan komen, zowel fysiek als geografisch.

Eén van de theoriën is dat ze van oorsprong niet uit Nieuw Zeeland kwamen, maar door de Maori’s zijn meegenomen van de Polynesische eilanden naar Nieuw Zeeland.
Het varken was op zich heel belangrijk voor de Polynesiërs en er zijn nu nog varkens met piripiri in het Stille Zuidzeegebied aanwezig. Dit was een tijd geleden de meest gangbare theorie. Nu is echter de meest betrouwbare theorie de volgende: De eerste walvisvaarders (uit Amerika en Europa) zouden ze meegenomen kunnen hebben, om ze achter te laten op verlaten eilandjes voor de kust van Nieuw-Zeeland als voedselvoorraad voor hun volgende vaarten (of schipbreukelingen) en ze zouden deze dieren ook geruild hebben met de Maori’s voor tabak.  Ze zijn misschien wel het resultaat van een mengeling van verschillende varkensrassen. Maar, waar ze ook van mogen afstammen, ze zijn in ieder geval uitgegroeid tot charmante varkentjes.

Waar geen twijfel over bestaat, is het vervolg:

In Nieuw-Zeeland waren de Kunes in de jaren ’70 zo goed als uitgestorven. Ze werden niet vaak meer geslacht voor hun vlees door de Maori’s  en waren virtueel onbekend voor de blanke bevolking. Totdat twee reservaateigenaren, m.n. Michael Willis en John Simster, hierover lucht kregen en over heel het land een verzoek uitvaardigden om alle Kunes op te kopen, hetgeen hen slechts achttien varkentjes opleverde. Vanaf deze beperkte stapel, met latere inmenging van meer dieren, werd het stamboek voor dit ras opgezet. De aanwezige hoeveelheid Kunes is nu in Nieuw-Zeeland opnieuw gezond te noemen en het ras bewijst er zich d.m.v. een grote vraag van houders naar kleine varkensoorten.

Kunekunes arriveerden in Brittannië in 1992. Zoe Lindop en Andrew Calveley hadden meerdere jaren in N.-Z. gewerkt en waren erg gecharmeerd door het ras. Nadat ze Michael Willis hadden leren kennen en vernomen hadden hoe bedreigd dit kleine varken was, besloten ze om een kleine hoeveelheid van deze Kunekunes naar Brittannië te importeren en verder mee te fokken.  Door het feit dat de Kunekunes alleen nog in N.-Z. bestonden, was het belangrijk om er een tweede land bij te krijgen als back up,  in geval er een allesverwoestende ziekte in hun land zou uitbreken. Michael fokte voor hen een zo groot mogelijke genetische variëteit aan Kunekunes, dit uit belangrijkheid voor het kunnen verder fokken. Hadden ze slechts één enkel soort overgebracht, waren ze nooit in staat geweest een gezonde vertegenwoordiging van het ras in stand te houden en zou dus op de termijn het ras niet ten goede zijn gekomen.

Uiterlijk en karakter van de Kunekune

Deze varkentjes lijken wel op een Walt Disney stripontwerp.  Ze worden tussen de 60 en de 76 cm hoog en kunnen tussen de 55 en 95 kg wegen. Hun hele lichaam is met haren begroeid. Dit kan gaan van kort en strak naar lang en gekruld haar. Ze bestaan in crèmekleur, gember, bruin, zwart en gevlekt. Ze hebben en medium tot korte snuit en zowel punt- als flaporen.  Ze hebben korte benen en een kort rond lijf. Het meest ongewone van de meeste Kunekunes is soms tot vaak het paar kwastjes onder hun kin die ze vaak bezitten, net als geiten. Deze kwastjes heten piri piri’s in het Maori.  Het is niet iets exclusiefs voor Kunekunes, maar het is wel vrij ongewoon. Sommigen hebben ze en anderen niet. Ze hebben een verrukkelijk temperament: rustig, vreedzaam en heel vriendelijk. Ze bloeien helemaal op in menselijk gezelschap.

Het Kunekune varken is een ras met vele genetische variëteiten, hetgeen één van de charmes is van het ras. De meeste mensen verkiezen een bepaalde kleurslag en fokken dan verder met hun uitverkoren lijn. De Maori’s verkozen zwarte Kunekunes, maar in Engeland is de gevlekte kleurslag de favoriet momenteel. We moeten voorzichtig alle kleuren consequent blijven fokken van de Kunekunes. Om een zeldzaam ras in alle veiligheid in stand te houden, moet je een zo breed mogelijke basis aan genen trachten te bewaren, en dus niet alleen maar fokken in functie van mode of rage, wat onvermijdelijk zou leiden tot een onherstelbare fout voor het ras. In Engeland en Nederland hebben we de Nieuw-Zeelandse standaards ter verbetering van het ras overgenomen. Deze standaard focust op correcte vormen en goede karaktereigenschappen.

 
Bron: KUNEKUNE VERENIGING NEDERLAND